1. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  2. Bij een aanvraag om vergunning wordt tenminste opgaaf gedaan van:

    1. de personalia dan wel zetel en het adres van de leidinggevende voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd;

    2. de personalia en adresgegevens van iedere overige leidinggevende;

    3. het adres en de aard van het bedrijf.

  3. Bij de aanvraag wordt in ieder geval ook overgelegd:

    1. indien van toepassing de verblijftitel van de leidinggevende;

    2. een bewijs waaruit blijkt dat de leidinggevende gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf is of wordt gevestigd;

    3. indien van toepassing een bewijs waaruit blijkt dat de leidinggevende gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten.

  4. Per bedrijf wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.