(vervallen)
Algemene plaatselijke verordening Bloemendaal 2024-2 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen op de weg
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:43a
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:51a
- Artikel 2:52
- Artikel 2:52a
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren
Afdeling Standplaatsen
Afdeling Openbaar water
Afdeling Crossterreinen en verkeer in natuurgebieden, parken, plantsoenen en dergelijke
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiing van as
Afdeling Toezicht op het Noordzeestrand
Afdeling Veiligheid in het duingebied
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 5:2
Parkeren van voertuigen op de weg voor het herstellen, slopen, verhuren, verkopen of verhandelen
-
Het is verboden om zonder vergunning van het college een voertuig op de weg te parkeren met het kennelijke doel dit voertuig te herstellen, te slopen, te verhuren, te verkopen dan wel te verhandelen.
-
Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een voertuig waarvan de gebreken eenvoudig te herstellen zijn en dit herstel niet langer vergt dan één uur, gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden.
-
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de vergunning als bedoeld in het eerste lid:
in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente;
in het belang van de veiligheid van het publiek;
in het belang van de doorstroming van het verkeer;
ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik.
-
Het college kan in de nadere regels als bedoeld in het vierde lid in elk geval een maximum stellen aan het aantal aanbieders waaraan een vergunning wordt verleend of het aantal voertuigen waarvoor vergunning wordt verleend. Hierbij kan het college onderscheidt maken naar categorie en type voertuig.
-
Onverminderd artikel 1:8 van deze verordening kan het college de vergunning weigeren op grond van de belangen zoals genoemd in het vierde lid.
-
Het college weigert de vergunning in ieder geval indien een maximum als bedoeld in het vijfde lid is vastgesteld en dit maximum is bereikt.
-
Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waarop het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.
-
Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar het ook met vergunning verboden is om voertuigen op de weg te parkeren in verband met de doelen zoals benoemd in het eerste lid.
Artikel 5:3
(vervallen)
Artikel 5:4
Defecte voertuigen
-
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:5
Voertuigwrakken
-
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:6
Kampeermiddelen en andere voertuigen
-
Het is verboden een woonwagen, magazijnwagen, aanhangwagen of ander soortgelijk voertuig datuitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden is bestemd en/of wordt gebruikt, met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of het uiterlijk aanzien van de gemeente, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben.
-
Het is verboden een kampeerwagen, caravan, vouwwagen of ander soortgelijk voertuig dat voor de recreatie is bestemd en/of wordt gebruikt, met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of het uiterlijk aanzien van de gemeente, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben.
-
Het college kan van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod, met uitzondering voor kampeermiddelen, ontheffing verlenen.
-
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
-
Op de aanvraag om ontheffing is artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:7
Parkeren van reclamevoertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om ontheffing is artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8
Parkeren van grote voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren, in verband met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
-
Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.
-
Het college kan van het in het eerste lid genoemde verbod ontheffing verlenen.
-
Op de aanvraag om ontheffing is artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9
Uitzicht belemmerende voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
-
Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5:10
Parkeren anders dan op de rijbaan
-
Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte.
-
Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.
Artikel 5:11
(vervallen; wordt geregeld in artikel 5:33)
Artikel 5:12
Overlast van fiets of bromfiets
-
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
-
Het is verboden op of aan de weg, fietsen of bromfietsen langer dan één maand onbeheerd op dezelfde locatie te laten staan.
Artikel 5:13
Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:
in besloten kring; of
door instellingen met het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving, als uiterlijk veertien werkdagen vóór de inzameling of werving digitaal melding wordt gedaan bij het college onder vermelding van het doel waarvoor en de tijdsperiode waarin wordt ingezameld; of
door een andere door het college aangewezen instelling.
-
Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen).
Artikel 5:14
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;
-
Onder venten wordt niet verstaan:
het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g , van de Gemeentewet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats als bedoeld in artikel 5.17.
Artikel 5:15
Ventverbod
-
Het is verboden zonder vergunning van het college te venten.
-
De vergunning voor het venten kan slechts worden verleend op werkdagen en op zaterdagen tussen 10.00 en 18.00 uur.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;
het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
-
Op de aanvraag om vergunning is artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:16
Vrijheid van meningsuiting
-
Het verbod van artikel 5:15 geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
-
Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen:
op of aan door het college aangewezen openbare plaatsen, of
voor bepaalde dagen en uren.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het tweede lid.
Artikel 5:17
Definities
-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
vaste standplaats: een standplaats die wordt ingenomen voor een periode van minimaal één maand of voor een periode korter dan één maand, voor meer dan twee perioden per jaar;
incidentele standplaats: een standplaats die wordt ingenomen voor een kortere periode dan één maand en voor niet meer dan twee perioden per jaar.
-
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor standplaatsen die tijdelijk, rond Kerst en oud- en nieuwjaar, door winkeliers direct grenzend aan hun winkel worden ingenomen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:
de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
-
Met het oog op de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de bescherming van het milieu en de belangen genoemd in het derde lid, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot het innemen of hebben van een standplaats.
-
Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19
Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:20
Afbakeningsbepalingen
-
Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
-
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Artikel 5:21
(vervallen)
Artikel 5:24
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in het tweede lid of een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
-
Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
-
De verboden zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 5:25
(vervallen; geregeld in de Verordening voor vaartuigen en ligplaatsen)
Artikel 5:26
(vervallen; geregeld in de Verordening voor vaartuigen en ligplaatsen)
Artikel 5:27
(vervallen; geregeld in de Verordening voor vaartuigen en ligplaatsen)
Artikel 5:28
(vervallen)
Artikel 5:29
(vervallen)
Artikel 5:30
Veiligheid op het water
-
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:31
Overlast aan vaartuigen
-
Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.
-
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Artikel 5:31a
Bescherming waterbodem en magneetvissen
-
Het is verboden in of bij openbaar water te baggeren, te dreggen of te steken in de waterbodem, alsmede te vissen naar voorwerpen en/of stoffen met behulp van magneten of enige techniek met een vergelijkbare werking.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:32
(vervallen)
Artikel 5:33
Beperking verkeer in natuurgebieden, parken, plantsoenen en dergelijke
-
Het is verboden, voor degene die daartoe niet bevoegd is, zich te bevinden buiten de wegen en paden van voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen, groenstroken of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen, met uitzondering van grasvelden.
-
Het is verboden, voor degene die daartoe niet bevoegd is, te rijden of zich te bevinden buiten de wegen van voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen, groenstroken of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen en grasvelden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
-
Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
het voorkomen van overlast;
de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
de veiligheid van het publiek.
-
Het verbod in het tweede lid geldt niet voor motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het tweede lid bedoeld;
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het tweede lid bedoeld;
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
-
Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste en tweede lid.
Artikel 5:33a
Bescherming van natuurgebieden, wandelparken en dergelijke
-
Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond verboden om met meer dan drie honden tegelijk nader door het college aan te wijzen gebieden te betreden, dan wel met meer dan drie honden te verblijven in nader door het college aan te wijzen gebieden.
-
De in het eerste lid bedoelde aan te wijzen gebieden betreffen gebieden die krachtens artikel 2:57, tweede lid zijn aangewezen als gebied waar het aanlijngebod voor honden niet geldt.
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
-
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
-
Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
vuur voor koken, bakken en braden.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 5:34a
Verbod op het gebruik van wensballonnen
-
Het is verboden zogenoemde wensballonnen door middel van hete lucht afkomstig van vuur op te laten.
-
Onder een wensballon wordt mede verstaan elk voorwerp dat door middel van open vuur opstijgt en zonder sturing wegdrijft.
Artikel 5:35
(vervallen)
Artikel 5:36
(vervallen)
Artikel 5:37
(vervallen)
Artikel 5:38
Belemmeren doorgang
Het is verboden een vaartuig, voertuig, zeil- of surfplank, strandstoel of enig ander voorwerp op zodanige wijze langs de waterlijn te plaatsen, te laten liggen of te laten staan, dat daardoor de vrije doorgang voor het verkeer wordt belemmerd.
Artikel 5:39
Gevaarzetting
Het is verboden in het onmiddellijk langs het voor het strand gelegen zee gedeelte op zodanige wijze te varen, zich door een vaartuig te laten voorttrekken of van een zeil- of surfplank gebruik te maken, dat daardoor gevaar kan ontstaan.
Artikel 5:40
Vaartuigen op het strand
-
Het is verboden een vaartuig:
op het strand te hebben;
op het strand te brengen;
zich daarmee van het strand af in zee te begeven; of
zich daarmee in zee binnen 1000 meter van de kustlijn te begeven of te varen.
-
Onder het in dit artikel bedoelde vaartuig zijn niet begrepen opblaasboten en kano's, mits aan deze vaartuigen geen motor kan worden bevestigd.
-
Voor zover het in dit artikel bedoelde vaartuig een snelle motorboot als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement is, dient dit te voldoen aan het bepaalde in de artikelen 8.01 tot en met 8.05 van het Binnenvaartpolitiereglement, met uitzondering van vaartuigen behorende tot of voor hulpverlening in gebruik van de hulpverleningsdiensten en Vrijwillige Bloemendaalse Reddingsbrigade.
-
Het college kan personen en instellingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt.
-
Het college kan delen van het strand aanwijzen, waar een activiteit als bedoeld in het eerste lid voor bepaalde vaartuigen met ontheffing van het college is toegestaan.
-
Een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid kan worden geweigerd in het belang van:
de openbare orde en veiligheid;
het beperken en voorkomen van overlast;
het uiterlijk aanzien van het strand; of
de veiligheid van personen en goederen.
Artikel 5:41
Varen op zee
Het is verboden op zee met een vaartuig, bestemd voor recreatieve doeleinden, te varen:
bij onweer;
bij mistdampen op zee, waardoor het zicht minder is dan 200 meter;
indien, voor zover het vaartuig een snelle motorboot is, zoals bedoeld in het Binnenvaartpolitie-reglement, niet wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 8.01 tot en met 8.05 van het Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 5:42
Levensgevaar
-
Het is verboden op door het college met het oog op levensgevaar aangewezen plaatsen aan het strand in zee te vertoeven, te baden of te zwemmen.
-
Het is verboden aan het strand in zee te vertoeven, te baden of te zwemmen, of van het strand af met pleziervaartuigen in zee te gaan, indien en gedurende de tijd dat dit door een ambtenaar van de politie in verband met sterke vloed, stormweer of andere bijzondere omstandigheden, met het oog op levensgevaar, is verboden.
-
Het is verboden op de in het eerste lid aangewezen plaatsen en gedurende de tijd, dat het in het vorige lid bedoelde verbod van kracht is, op of nabij het strand aan derden bad benodigdheden of een pleziervaartuig te verstrekken.
Artikel 5:43
Het oprichten en/of hebben van een bedrijf op het strand
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op of aan het strand enige inrichting, anders als bedoeld in de Alcoholwet, of bedrijf op te richten of te hebben.
Artikel 5:44
Het voor gebruik aanbieden van voorwerpen of dieren op het strand
-
Het is verboden op of nabij het strand:
een vaartuig, hetzij geheel, hetzij per plaats, een strandstoel, een ligstoel, een tent, een paard, een ezel, een muildier, een muilezel of enig ander dier aan het publiek te huur of tegen vergoeding voor gebruik aan te bieden;
zich heen en weer te bewegen of post te vatten met het kennelijke doel een vaartuig, hetzij geheel, hetzij per plaats, een paard, een ezel, een muildier, een muilezel of enig ander dier aan het publiek te huur of tegen vergoeding voor gebruik aan te bieden.
-
Het college kan personen en instellingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt naar soort voorwerp of dier.
-
Het college kan delen van het strand aanwijzen, waar een activiteit als bedoeld in het eerste lid met ontheffing van het college is toegestaan. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt naar soort voorwerp of dier.
-
Een ontheffing als bedoeld in het derde lid kan worden geweigerd in het belang van:
de openbare orde en veiligheid;
het beperken en voorkomen van overlast;
het uiterlijk aanzien van het strand; of
de veiligheid van personen en goederen.
Artikel 5:45
Verbod op het strand te rijden
-
Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders op het voor publiek toegankelijke strand:
een motorvoertuig of een bromfiets te berijden of te hebben;
in het tijdvak van 15 mei tot 15 september, tussen 09.00 en 18.00 uur, zich op een in beweging zijnde zeilvoertuig te bevinden of een fiets te berijden.
In het tijdvak van 15 mei tot 15 september, tussen 09.00 en 18.00 uur, met rij- of trekdieren te rijden of deze aldaar te hebben.
-
Het college kan personen en instellingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt.
-
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:
de openbare orde en veiligheid;
het beperken en voorkomen van overlast;
het uiterlijk aanzien van het strand; of
de veiligheid van personen en goederen.
Artikel 5:46
Sportbeoefening en vliegeren op het strand
-
Het is verboden op het voor publiek toegankelijke strand en in het onmiddellijk langs het voor het strand gelegen zee gedeelte enig spel of sport uit te voeren indien daarvan gevaar of overlast voor personen, dan wel beschadiging van goederen te duchten is.
-
Het is verboden op het strand, met uitzondering van het strandgedeelte tussen de strandpalen 61.000 en 61.750, te vliegeren met vliegers, die door middel van één lijn op een gevaarlijke wijze worden bestuurd of door middel van twee of meer lijnen kunnen worden bestuurd.
Artikel 5:47
Aanwijzing plaats geschikt voor ongeklede openbare recreatie
Het strand vanaf strandpaal 59.500 tot 100 meter vóór strandafgang Duin en Kruidberg en het strand 100 meter na strandafgang Duin en Kruidberg tot de gemeentegrens van de gemeente Velsen is geschikt als plaats voor ongeklede openbare recreatie, als bedoeld in artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 5:48
Verbod gebruik metaaldetectoren
-
Het is verboden in daartoe door de burgemeester aangewezen gebieden een metaaldetector of enig ander voorwerp, kennelijk bedoeld voor het opsporen van explosieven, wapens, munitie en dergelijke, te gebruiken of voor gebruik voorhanden te hebben.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. De ontheffing kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in verband met de veiligheid van personen of goederen;
ter bescherming van de woon- of leefomgeving.
-
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de politie, het Explosieven Opruiming Commando (EOC) van het Ministerie van Defensie, voor de door het EOC aangewezen bedrijven en voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Beoordelingsrichtlijn Conventionele Explosieven (BRL-OCE).