1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de kleur van gevels voor zover zichtbaar vanaf de weg van zich op deze zaak bevindende opstallen te wijzigen, op de gevels schilderingen aan te brengen, of de gevels te stuken dan wel te gedogen dat zulks plaatsvindt.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet wanneer voorschriften op grond van de Omgevingswet, de Woningwet, de Erfgoedwet dan wel de krachtens die wetten vastgestelde verordeningen van toepassing zijn.

  3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd wanneer de gevelkleur(en), het stukwerk of gevelschildering(en) hetzij op zichzelf hetzij in verband met de woonomgeving niet voldoet(n) aan redelijke eisen van welstand.