1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator voorafgaand aan het evenement melding hiervan heeft gedaan middels een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier:

    1. bij een evenement met minder dan 50 aanwezigen tenminste 10 werkdagen van tevoren;

    2. bij een evenement met tussen de 50 en 100 aanwezigen tenminste 15 werkdagen van tevoren.

  4. De burgemeester kan, indien het een evenement met minder dan 50 aanwezigen betreft, binnen drie werkdagen na ontvangst van de melding en, indien het een evenement met tussen de 50 en 100 aanwezigen betreft, binnen zes werkdagen na ontvangst van de melding, besluiten een klein evenement te verbieden als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  5. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  7. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de burgemeester de vergunning weigeren indien:

    1. voor een evenement dat als B of C evenement is geplaatst op de door de Veiligheidsregio Kennemerland vastgestelde evenementenkalender niet minimaal 3 maanden voor de beoogde datum van de beoogde activiteit een volledige aanvraag is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is;

    2. voor een overig evenement niet minimaal 8 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit een volledige aanvraag is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, intrekken, wijzigen of weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is of de wijze van bedrijfsvoering door de organisator of aanvrager een nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid in de omgeving van het evenement.

  9. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.