De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

  1. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  2. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

  3. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  4. de houder dit verzoekt;

  5. van de vergunning of ontheffing binnen de daarin gestelde termijn dan wel bij gebreke daarvan binnen één jaar na het onherroepelijk worden daarvan geen gebruik is gemaakt; of

  6. van de vergunning of ontheffing gedurende één jaar na het onherroepelijk worden daarvan geen gebruik is gemaakt.