1. Indien zich op een terrein houtopstand bevindt die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar oplevert van verspreiding van een boomziekte, gevaar voor de volksgezondheid of voor vermeerdering van ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn conform de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen voorzieningen te treffen, waardoor die dreiging (de verspreiding van de boomziekte of van de ziekteverspreiders zoals insecten) wordt weggenomen.

  2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag gevelde houtopstanden of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een soort betreft die de desbetreffende ziekte of ziekteverspreider kan verspreiden.