1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

    2. vaste standplaats: een standplaats die wordt ingenomen voor een periode van minimaal één maand of voor een periode korter dan één maand, voor meer dan twee perioden per jaar;

    3. incidentele standplaats: een standplaats die wordt ingenomen voor een kortere periode dan één maand en voor niet meer dan twee perioden per jaar.

  2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    1. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

    2. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.