1. Het is verboden geluidsapparatuur, inclusief muziekinstrumenten met geluidsversterking, aanwezig te hebben in de door de burgemeester aangewezen gebieden en locaties, met uitzondering van inrichtingen in de zin van de Wet of het Besluit milieubeheer, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of woningen en bijbehorende erven.

  2. De burgemeester kan de werking van het in het eerste lid gestelde verbod beperken naar tijd, plaats en soort apparatuur en instrumenten.

  3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op evenementen als bedoeld in hoofdstuk 2 afdeling 7.