1. De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt indien daarvan niet binnen één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik is gemaakt.

  2. In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één boom betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom of enkele bomen al geveld zijn.

  3. Het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd besluiten om de vergunning met maximaal een jaar te verlengen als verlenging binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning wordt aangevraagd.

  4. Het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van de in lid 1 bepaalde vervaltermijn.