1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging, voorwerp of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.

  2. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning weigeren:

    1. indien de handelsreclame hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    2. in het belang van de verkeersveiligheid;

    3. indien de handelsreclame geen relatie heeft met de bestemming of het feitelijke gebruik van de onroerende zaak, of met het gedeelte daarvan waarop de reclame is of wordt aangebracht, tenzij het handelsreclame van tijdelijke aard betreft of het om een door het bevoegd gezag aangewezen onroerende zaak gaat.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op bouwwerken. Het bepaalde in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet geldt onverkort.