-
Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem aan:
de Nederlandse markt geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.2;
vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.3;
de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.4;
vervoer in Nederland geleverde gasvormige hernieuwbare brandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.4, of
vervoer in Nederland geleverde elektriciteit, met uitzondering van elektriciteit geleverd aan spoorvoertuigen, die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
-
De inboeker kan aan een inboeking tot 1 april een verklaring van een verificateur als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede lid, koppelen.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker, bedoeld in het eerste lid.
Wet milieubeheer Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
§ 1.2 De provinciale milieuverordening
Hoofdstuk 2 Zelfstandige bestuursorganen, bevoegde autoriteiten en adviesorganen
Hoofdstuk 3 Internationale zaken
Hoofdstuk 4 Plannen
§ 4.2 Het nationale milieubeleidsplan
§ 4.3 Het nationale milieuprogramma
§ 4.4 Het provinciale milieubeleidsplan
§ 4.5 Het provinciale milieuprogramma
§ 4.5a Het regionale milieubeleidsplan
§ 4.5b Het regionale milieuprogramma
§ 4.6 Het gemeentelijke milieubeleidsplan
§ 4.7 Het gemeentelijke milieuprogramma
§ 4.8 Het gemeentelijke rioleringsplan
Hoofdstuk 5 Milieukwaliteitseisen
Titel 5.1 Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
Hoofdstuk 6 Milieuzonering
Hoofdstuk 7 Milieueffectrapportage
§ 7.1 Algemeen
§ 7.2 Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
§ 7.3 Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
§ 7.4 De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
§ 7.6 Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt
§ 7.7 Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.8 De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.9 De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.10 Het besluit
§ 7.11 Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Hoofdstuk 8 Milieubelastende activiteiten, gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen
Paragraaf 8.1
- Artikel 8.1
- Artikel 8.2
- Artikel 8.2a
- Artikel 8.2b
- Artikel 8.3
- Artikel 8.4
- Artikel 8.5
- Artikel 8.6
- Artikel 8.7
- Artikel 8.8
- Artikel 8.9
- Artikel 8.10
- Artikel 8.11
- Artikel 8.12
- Artikel 8.12a
- Artikel 8.12b
- Artikel 8.13
- Artikel 8.13a
- Artikel 8.14
- Artikel 8.15
- Artikel 8.16
- Artikel 8.17
- Artikel 8.18
- Artikel 8.19
- Artikel 8.20
- Artikel 8.21
- Artikel 8.22
- Artikel 8.23
- Artikel 8.24
- Artikel 8.25
- Artikel 8.26
- Artikel 8.26a
- Artikel 8.27
- Artikel 8.28
- Artikel 8.29
- Artikel 8.30
- Artikel 8.31
- Artikel 8.31a
- Artikel 8.32
- Artikel 8.33
- Artikel 8.34
- Artikel 8.35
- Artikel 8.36
- Artikel 8.36a
- Artikel 8.36b
- Artikel 8.36c
- Artikel 8.36d
- Artikel 8.36e
- Artikel 8.37
- Artikel 8.38
- Artikel 8.39
- Artikel 8.39a
- Artikel 8.39b
- Artikel 8.39c
- Artikel 8.39d
- Artikel 8.39e
- Artikel 8.39f
- Artikel 8.40
- Artikel 8.40a
- Artikel 8.41
- Artikel 8.41a
- Artikel 8.42
- Artikel 8.42a
- Artikel 8.42b
- Artikel 8.43
- Artikel 8.44
- Artikel 8.45
- Artikel 8.46
Hoofdstuk 9 Stoffen en produkten
Titel 9.1 Algemeen
Titel 9.2 Stoffen, mengsels en genetisch gemodificeerde organismen
§ 9.2.2 Maatregelen
Paragraaf 9.2.3 Verpakking en aanduiding
Titel 9.3 De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
Titel 9.3a De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
Titel 9.4 De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
Titel 9.5 Overige bepalingen met betrekking tot stoffen, preparaten en producten
Titel 9.6 De bijdrage van de vervoerssector aan milieu-, klimaat- en energiebeleid
Titel 9.7 Hernieuwbare energie vervoer
Hoofdstuk 10 Afvalstoffen
Titel 10.2 Het circulair materialenplan
Titel 10.3 Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
Titel 10.4 Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
Titel 10.5 Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
Titel 10.6 Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.1 De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.2 Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.3 De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.4 Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Titel 10.7 Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
Titel 10.8 Verdere bepalingen
Hoofdstuk 11 Geluid
Titel 11.1 Algemeen
Titel 11.2 Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
Titel 11.3 Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
Afdeling 11.3.2 Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
§ 11.3.2.1 Naleving van de geluidproductieplafonds
§ 11.3.2.2 Het geluidregister
Afdeling 11.3.3 Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
§ 11.3.3.2 Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
§ 11.3.3.3 De binnenwaarde
§ 11.3.3.4 Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
Afdeling 11.3.4 Geluidproductieplafonds voor op 1 juli 2012 bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
§ 11.3.4.1 Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
§ 11.3.4.2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van artikel 11.45
Afdeling 11.3.5 Overschrijding van de maximale waarde
Afdeling 11.3.6 Sanering
Afdeling 11.3.7 Overige bepalingen
Hoofdstuk 11a Andere handelingen
Titel 11a.1 Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Hoofdstuk 12 Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 12.1 Registers beschermde gebieden
Titel 12.2 Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
Titel 12.3 De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
Titel 12.4 Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer
Hoofdstuk 13 Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Afdeling 13.1 Algemeen
Afdeling 13.2 Bijzondere bepalingen
Afdeling 13.3 Winningsafvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Hoofdstuk 14 Coördinatie
Hoofdstuk 15 Financiële bepalingen
Titel 15.2 Verbruiksbelastingen van brandstoffen
Titel 15.3 Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 15.4 Vergoeding van kosten en schade
Titel 15.5 Fonds Luchtverontreiniging
Titel 15.6 Regulerende verbruiksbelastingen
Titel 15.7 Keuringen
Titel 15.8 Statiegeld, retourpremies
Titel 15.9 Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
Titel 15.9A Rechten
Titel 15.10 Afvalbeheerbijdragen
Titel 15.11 Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
Titel 15.12 Financiële tegemoetkomingen
Titel 15.13 Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
Hoofdstuk 16 Handel in emissierechten
Titel 16.1 Algemeen
Titel 16.2 Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
Afdeling 16.2.1 Broeikasgasinstallaties
Paragraaf 16.2.1.1 Algemeen
Paragraaf 16.2.1.2 Vergunning
- Artikel 16.5
- Artikel 16.6
- Artikel 16.7
- Artikel 16.8
- Artikel 16.9
- Artikel 16.10
- Artikel 16.11
- Artikel 16.11a
- Artikel 16.12
- Artikel 16.13
- Artikel 16.13a
- Artikel 16.14
- Artikel 16.15
- Artikel 16.16
- Artikel 16.17
- Artikel 16.18
- Artikel 16.19
- Artikel 16.20
- Artikel 16.20a
- Artikel 16.20b
- Artikel 16.20c
- Artikel 16.21
- Artikel 16.22
Paragraaf 16.2.1.3 Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.1 Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.2 Wijziging van toewijzingsbesluiten
Subparagraaf 16.2.1.3.3 Het verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.1.4 De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 16.2.2 Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer
Paragraaf 16.2.2.2 Monitoring en verslaglegging
Paragraaf 16.2.2.3 Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.2.3a Compensatievereisten CORSIA eenheden
Paragraaf 16.2.2.4 De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 16.2.2A Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
Paragraaf 16.2.2a.2 Vergunning
Paragraaf 16.2.2a.3 Monitoring van emissies
Paragraaf 16.2.2a.4 Het veilen, verlenen en inleveren van broeikasgasemissierechten
Afdeling 16.2.3 De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.4 Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.5 Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Titel 16.3 Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.2 Vergunning
Afdeling 16.3.3 Het ontstaan van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.4 De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.5 De overgang van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.6 Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7 Overige bepalingen
Hoofdstuk 16a De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
Hoofdstuk 16b Emissie van broeikasgas door de industrie
Titel 16b.1 Algemeen
Titel 16b.2 Industriële jaarvracht
Afdeling 16b.2.1 Industrieel emissieverslag
Afdeling 16b.2.2 Industrieel monitoringsplan
Titel 16b.3 De dispensatierechten
Afdeling 16b.3.1 Het register dispensatierechten industrie
Afdeling 16b.3.2 Het ontstaan van dispensatierechten
Afdeling 16b.3.3 Overdracht van dispensatierechten
Hoofdstuk 16c Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
Titel 16c.1 Overgangsperiode
Titel 16c.2 Nadere operationalisering
Titel 16c.3 Verkoop en terugkoop van CBAM-certificaten
Hoofdstuk 17 Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 17.1 Maatregelen bij een ongewoon voorval
Titel 17.1A Maatregelen betreffende winningsafvalvoorzieningen
Titel 17.1B Maatregelen in geval van niet-naleving
Titel 17.2 Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
Titel 17.3 Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 18 Handhaving
- Artikel 18.1
- Artikel 18.1a
- Artikel 18.1b
- Artikel 18.2
- Artikel 18.2a
- Artikel 18.2b
- Artikel 18.2c
- Artikel 18.2d
- Artikel 18.2e
- Artikel 18.2f
- Artikel 18.2g
- Artikel 18.2h
- Artikel 18.2i
- Artikel 18.2j
- Artikel 18.3
- Artikel 18.3a
- Artikel 18.3b
- Artikel 18.3c
- Artikel 18.3d
- Artikel 18.3e
- Artikel 18.3f
- Artikel 18.4
- Artikel 18.5
- Artikel 18.5a
- Artikel 18.5b
- Artikel 18.5c
- Artikel 18.5d
- Artikel 18.6
- Artikel 18.6a
- Artikel 18.6b
- Artikel 18.6c
- Artikel 18.6d
- Artikel 18.7
- Artikel 18.7a
- Artikel 18.8
- Artikel 18.8a
- Artikel 18.8b
- Artikel 18.9
- Artikel 18.10
- Artikel 18.11
- Artikel 18.12
- Artikel 18.13
- Artikel 18.14
- Artikel 18.14a
- Artikel 18.15
- Artikel 18.16
- Artikel 18.16a
- Artikel 18.16b
- Artikel 18.16c
- Artikel 18.16d
- Artikel 18.16e
- Artikel 18.16f
- Artikel 18.16g
- Artikel 18.16h
- Artikel 18.16i
- Artikel 18.16j
- Artikel 18.16k
- Artikel 18.16l
- Artikel 18.16m
- Artikel 18.16n
- Artikel 18.16o
- Artikel 18.16p
- Artikel 18.16q
- Artikel 18.16r
- Artikel 18.16s
- Artikel 18.16t
- Artikel 18.17
- Artikel 18.18
- Artikel 18.19
- Artikel 18.20
- Artikel 18.21
- Artikel 18.22
Hoofdstuk 19 Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20 Inwerkingtreding en rechtsbescherming
Hoofdstuk 21 Verdere bepalingen
Hoofdstuk 22 Slotbepalingen
Bijlage 1 bij de Wet milieubeheer
Bijlage 2 bij de Wet milieubeheer
§ 9.7.4
Artikel 9.7.4.2
De in te boeken vloeibare biobrandstof:
voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt op een locatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde duurzaamheidsysteem is gecertificeerd, dan wel op een andere locatie voor zover die certificering zich over die locatie uitstrekt,
voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen, en
wordt niet geproduceerd uit olie uit sojabonen, met uitzondering van olie uit sojabonen met een gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in verordening (EU) 2019/807.
Artikel 9.7.4.3
De in te boeken gasvormige biobrandstof voldoet aan:
de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
Artikel 9.7.4.4
-
De in te boeken vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof voldoet aan:
de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde broeikasgasemissiereductiedrempels;
de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten hernieuwbare brandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.
Artikel 9.7.4.5
-
Bij ministeriële regeling:
worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie;
wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan de artikelen 9.7.4.2, 9.7.4.3 en 9.7.4.4;
worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald;
kunnen regels worden gesteld voor het geaggregeerd inboeken van elektriciteit.
-
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
Artikel 9.7.4.6
-
Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule hernieuwbare energie die is ingeboekt in het register:
één hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:
- 1°
voedsel- en voedergewassen, met een laag risico of gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in verordening (EU) 2019/807; of
- 2°
een bijproduct van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;
- 1°
één hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:
- 1°
grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel A, van de richtlijn hernieuwbare energie; en
- 2°
indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit de grondstof als bedoeld in bijlage IX, deel A, onderdeel d, van de richtlijn hernieuwbare energie, de grondstof voorkomt op een bij ministeriële regeling vast te stellen lijst van materialen;
- 1°
één hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie;
één hernieuwbare brandstofeenheid overig bij op de rekening van de inboeker:
- 1°
indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen die als tussenteelt op landbouwgrond worden geteeld en die niet leiden tot de vraag naar meer land;
- 2°
indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit een residu van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;
- 3°
bij een geleverde vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof;
- 4°
voor het gedeelte van de geleverde elektriciteit afkomstig uit hernieuwbare bronnen, of
- 5°
indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in de onderdelen a b, c en d, onder 1.
- 1°
-
De hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie wordt per soort hernieuwbare brandstofeenheid naar beneden afgerond op één gigajoule.
-
In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld gedeelte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij die ministeriële regeling vastgestelde factor, van de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit.
-
In afwijking van het eerste lid kan het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijschrijven ter grootte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor groter dan één, voor aan luchtvaart en zeevaart geleverde brandstoffen, met uitzondering van uit voedsel- en voedergewassen geproduceerde brandstoffen, of een factor kleiner dan één, voor aan zeevaart geleverde brandstoffen.
-
In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt is geleverd.
-
In aanvulling op het eerste lid en gelet op artikel 9.7.4.8, eerste lid, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit op de rekening van de inboeker het resterende aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij, na koppeling van een verklaring als bedoeld in artikel 9.7.4.1, tweede lid.
-
Een geleverde biobrandstof die geproduceerd is uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen wordt geacht niet als tussenteelt op landbouwgrond te zijn geteeld en te hebben geleid tot de vraag naar meer land, tenzij de inboeker het tegendeel aantoont.
Artikel 9.7.4.7
-
Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantal per soort beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden openbaar.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9.7.4.8
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten biobrandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.
-
De inboeker die een hoeveelheid biobrandstof als bedoeld in het eerste lid inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die biobrandstof voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid.
-
De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
-
De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
Artikel 9.7.4.9
Voor hernieuwbare energie die tussen 1 januari en 1 mei van enig kalenderjaar wordt geleverd en ingeboekt in het register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 mei van dat kalenderjaar de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker.
Artikel 9.7.4.10
Een hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt ingeboekt in het register is niet als duurzaam overgedragen en wordt niet nog een keer ingeboekt in het register.
Artikel 9.7.4.11
-
Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van hernieuwbare brandstofeenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het opschorten of weigeren, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9.7.4.12
-
De inboeker overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare energie heeft geleverd aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, eerste lid, 9.7.4.8, tweede lid, en 9.7.4.10 gestelde eisen.
-
De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
-
De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
Artikel 9.7.4.13
-
Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid hernieuwbare energie of de verificatie, bedoeld in artikel 9.7.4.12, kan het bestuur die hoeveelheid, de kenmerken van die hoeveelheid of de factor, bedoeld in artikel 9.7.4.8, tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
-
Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
-
Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.
-
Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden.
Artikel 9.7.4.14
-
De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin per inboeker van biobrandstof de aard en herkomst van de door die inboeker ingeboekte biobrandstoffen alsmede het door die inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem zijn opgenomen. Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het overzicht, bedoeld in het eerste lid.