1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:

    1. met betrekking tot de broeikasgasinstallaties de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit is ingetrokken;

    2. deze afdeling niet meer op de broeikasgasinstallatie van toepassing is.

  2. Met betrekking tot de beslissing ter zake is artikel 16.20a, derde lid, van overeenkomstige toepassing.