1. De producent van biobrandstoffen bepaalt en controleert:

    1. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;

    2. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;

    3. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;

    en voert hierover een goede boekhouding.

  2. De producent van hernieuwbare brandstof controleert:

    1. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof;

    2. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en tot de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof;

    3. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof;

    en voert hierover een goede boekhouding.

  3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste en tweede lid.