1. De vergunninghouder wijzigt het monitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:

    1. wijziging van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel daartoe aanleiding geeft;

    2. de krachtens de artikelen 16.6 of 16.12 gestelde regels daartoe aanleiding geven;

    3. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.

  2. De vergunninghouder legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het monitoringsplan over.