1. Artikel 15.20 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in

    1. de artikelen 9.2.2.1 en 9.2.2.6,

    2. artikel 9.5.2, eerste lid,

    3. de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming,

    van toepassing worden en die zich daardoor voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven.

  2. In gevallen als bedoeld in het eerste lid beslist Onze Minister over het toekennen van de vergoeding.