1. Zodra het circulair materialenplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het circulair materialenplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan gedeputeerde staten van de provincies en burgemeester en wethouders van de gemeenten.

  2. Onze Minister zendt het circulair materialenplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig artikel 10.8, derde lid, waren betrokken bij de voorbereiding ervan.