Wet milieubeheer Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Zelfstandige bestuursorganen, bevoegde autoriteiten en adviesorganen
Hoofdstuk 3 Internationale zaken
Hoofdstuk 4 Plannen
Hoofdstuk 5 Milieukwaliteitseisen
Hoofdstuk 6 Milieuzonering
Hoofdstuk 7 Milieueffectrapportage
§ 7.1 Algemeen
§ 7.2 Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
§ 7.3 Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
§ 7.4 De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
§ 7.5 Het plan
§ 7.6 Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt
§ 7.7 Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.8 De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.9 De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.10 Het besluit
§ 7.11 Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
§ 7.12 Evaluatie
Hoofdstuk 8 Milieubelastende activiteiten, gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen
Hoofdstuk 9 Stoffen en produkten
Titel 9.1 Algemeen
Titel 9.2 Stoffen, mengsels en genetisch gemodificeerde organismen
Titel 9.3 De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
Titel 9.3a De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
Titel 9.4 De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
Titel 9.5 Overige bepalingen met betrekking tot stoffen, preparaten en producten
Titel 9.6 De bijdrage van de vervoerssector aan milieu-, klimaat- en energiebeleid
Titel 9.7 Hernieuwbare energie vervoer
Titel 9.8 Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies
Hoofdstuk 10 Afvalstoffen
Titel 10.1 Algemeen
Titel 10.2 Het circulair materialenplan
Titel 10.3 Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
Titel 10.4 Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
Titel 10.5 Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
Titel 10.6 Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Titel 10.7 Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
Titel 10.8 Verdere bepalingen
Hoofdstuk 11 Geluid
Titel 11.1 Algemeen
Titel 11.2 Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
Titel 11.3 Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
Afdeling 11.3.1 Algemeen
Afdeling 11.3.2 Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
Afdeling 11.3.3 Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
Afdeling 11.3.4 Geluidproductieplafonds voor op 1 juli 2012 bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
§ 11.3.4.1 Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
§ 11.3.4.2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van artikel 11.45
Afdeling 11.3.5 Overschrijding van de maximale waarde
Afdeling 11.3.6 Sanering
Afdeling 11.3.7 Overige bepalingen
Hoofdstuk 11a Andere handelingen
Titel 11a.1 Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Hoofdstuk 12 Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Hoofdstuk 13 Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Hoofdstuk 14 Coördinatie
Hoofdstuk 15 Financiële bepalingen
Titel 15.1
Titel 15.2 Verbruiksbelastingen van brandstoffen
Titel 15.3 Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 15.4 Vergoeding van kosten en schade
Titel 15.5 Fonds Luchtverontreiniging
Titel 15.6 Regulerende verbruiksbelastingen
Titel 15.7 Keuringen
Titel 15.8 Statiegeld, retourpremies
Titel 15.9 Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
Titel 15.9A Rechten
Titel 15.10 Afvalbeheerbijdragen
Titel 15.11 Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
Titel 15.12 Financiële tegemoetkomingen
Titel 15.13 Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
Hoofdstuk 16 Handel in emissierechten
Titel 16.1 Algemeen
Titel 16.2 Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
Afdeling 16.2.1 Broeikasgasinstallaties
Afdeling 16.2.2 Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer
Afdeling 16.2.2A Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
Afdeling 16.2.3 De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.4 Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.5 Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Titel 16.3 Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.1 Algemeen
Afdeling 16.3.2 Vergunning
Afdeling 16.3.3 Het ontstaan van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.4 De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.5 De overgang van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.6 Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7 Overige bepalingen
Hoofdstuk 16a De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
Hoofdstuk 16b Emissie van broeikasgas door de industrie
Hoofdstuk 16c Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
Hoofdstuk 17 Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Hoofdstuk 18 Handhaving
Hoofdstuk 19 Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20 Inwerkingtreding en rechtsbescherming
Hoofdstuk 21 Verdere bepalingen
Hoofdstuk 22 Slotbepalingen
Bijlage 1 bij de Wet milieubeheer
Bijlage 2 bij de Wet milieubeheer

§ 2.3

De Commissie genetische modificatie

Artikel 2.27

  1. De commissie heeft tot taak:

    1. Onze Minister te adviseren over kennisgevingen en aanvragen om vergunning met betrekking tot het vervaardigen van of handelen met genetisch gemodificeerde organismen en over veiligheidsmaatregelen die in het kader daarvan moeten worden getroffen ter bescherming van mens en milieu;

    2. het bestuursorgaan dat belast is met het toezicht op het vervaardigen van of handelen met genetisch gemodificeerde organismen, te adviseren met betrekking tot dat toezicht.

  2. Op verzoek van Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat, of uit eigen beweging informeert de commissie Onze betrokken Minister indien aan het vervaardigen van of aan handelingen met genetisch gemodificeerde organismen ethische of maatschappelijke aspecten zijn verbonden die naar het oordeel van de commissie van belang zijn.

Artikel 2.28

Onze Minister en Onze Ministers wie het mede aangaat, dragen er zorg voor dat de commissie op de hoogte wordt gehouden ten aanzien van het beleid op het terrein van het vervaardigen van of van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen.

Artikel 2.29

Telkens binnen een termijn van vier jaren brengt de commissie een rapport uit aan Onze Minister, waarin ten minste de taak, de samenstelling, de inrichting en werkwijze van de commissie aan een onderzoek worden onderworpen en voorstellen kunnen worden gedaan voor gewenste veranderingen. Onze Minister zendt dit rapport, voorzien van zijn standpunt, aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel 2.30

  1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vijftien en ten hoogste twintig andere leden.

  2. De voorzitter en de andere leden van de commissie worden benoemd op grond van hun deskundigheid op het gebied van het vervaardigen van of van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen en de mogelijke gevolgen daarvan voor mens en milieu, daarbij inbegrepen de ecologische gevolgen en de daarbij te nemen veiligheidsmaatregelen.

Artikel 2.31

  1. De voorzitter van de commissie wordt door Onze Minister benoemd. Onze Minister hoort de commissie alvorens hij de voorzitter benoemt.

  2. Onze Minister benoemt de leden van de commissie.

  3. De voorzitter en de leden worden voor de tijd van vier jaren benoemd. Zij zijn terstond weer benoembaar.

  4. De voorzitter en de leden kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister.

  5. Onze Minister kan in bijzondere gevallen de voorzitter en de andere leden in hun functie schorsen en uit hun functie ontslaan.

Artikel 2.32

  1. De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

  2. De plaatsvervangend voorzitter kan te allen tijde zijn functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter.

  3. In bijzondere gevallen kan de commissie de plaatsvervangend voorzitter in zijn functie schorsen en uit zijn functie ontslaan.

Artikel 2.33

  1. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. Aan de secretaris kan een adjunct-secretaris worden toegevoegd.

  2. De secretaris en de adjunct-secretaris worden door Onze Minister benoemd, in hun functie geschorst en uit hun functie ontslagen, de commissie gehoord.

  3. De secretaris is geen lid van de commissie.

  4. De secretaris is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

  5. Onze Minister kan voorzien in een bureau voor de commissie, dat onder leiding staat van de secretaris.

Artikel 2.34

  1. De commissie kan voor bepaalde onderwerpen subcommissies instellen.

  2. De voorzitter van een subcommissie wordt door de commissie uit haar midden benoemd.

Artikel 2.35

  1. De commissie en haar subcommissies kunnen zich bij hun werkzaamheden doen bijstaan door personen die geen lid zijn van de commissie.

  2. Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kunnen, ieder voor hun ministerie, ambtenaren aanwijzen, die bevoegd zijn tot het bijwonen van de door de commissie en haar subcommissies te houden vergaderingen, met dien verstande dat in de vergaderingen van de commissie voor ieder van die ministeries ten hoogste één ambtenaar aanwezig is.

Artikel 2.36

  1. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie stelt bij haar in artikel 2.40 bedoelde besluit regels betreffende de openbaarheid van de vergaderingen van de subcommissies.

  2. Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Wet open overheid en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 5.1, tweede lid, van die wet genoemde belangen.

Artikel 2.37

  1. De adviezen van de commissie worden uitgebracht overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de vergadering.

  2. Ter vergadering ingebrachte minderheidsstandpunten worden in of bij de adviezen vermeld.

Artikel 2.38

De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister en van de bestuursorganen, bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, onder b.

Artikel 2.39

  1. De voorzitter van de commissie pleegt ten minste eenmaal per jaar overleg met Onze Minister over de door de commissie voorgenomen werkzaamheden voor de komende twaalf maanden. De commissie stelt vervolgens het programma van haar werkzaamheden vast en zendt dit aan Onze Minister.

  2. Ten behoeve van de voorbereiding van het in het eerste lid bedoelde overleg stelt de commissie een overzicht van de door haar voorgenomen werkzaamheden op en legt dit tijdig aan Onze Minister voor. De commissie voegt bij het overzicht een raming van de met de uitvoering van de werkzaamheden gepaard gaande kosten.

  3. De commissie oefent haar werkzaamheden uit binnen het raam van de middelen welke haar jaarlijks ingevolge de begrotingswet ter beschikking worden gesteld.

Artikel 2.40

De commissie stelt nadere regels betreffende haar werkwijze en de werkwijze van haar subcommissies en zendt deze aan Onze Minister.

← terug naar Wet milieubeheer