In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van groenclusters of belangrijke boomstructuren;
groencluster: begrensd gebied met aaneengesloten houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen;
boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt;
bomenregister: lijst van beschermingswaardige bomen die door het college wordt vastgesteld;
bomenbeleidsplan: het beleidsplan voor bomen zoals het door de gemeenteraad is vastgesteld;
vellen: kappen; rooien; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen: het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben;
knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in de Omgevingswet;
vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet.
Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân BETA Foutje gevonden?
Inhoud
Paragraaf
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Het is verboden een houtopstand die onderdeel uitmaakt van een groencluster of ís opgenomen in het bomenregister, zoals vastgesteld in het bomenbeleidsplan, zonder vergunning van het bevoegd gezag te vellen of te doen veilen.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor:
een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet, in geval van plotselinge gevaarzetting of krachtens een aanschrijving op last van het bevoegd gezag;
het periodiek vellen van hakhout en bosplantsoen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelabeerde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.
Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleend voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.
Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
De voorschriften kunnen ook betrekking hebben op een financiële compensatie als directe herplant niet mogelijk is.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van de houtopstand(en) mag pas gebruik worden gemaakt indien:
binnen de daarvoor geldende termijn van de desbetreffende rechtsmiddelen geen gebruik is gemaakt of;
in hoogste rechterlijke instantie is beslist of de omgevingsvergunning in stand blijft.
Artikel 4:12
Aanvraag
De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
Artikel 4:12a
Weigeringsgronden
Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren op één of meer van de volgende gronden:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
Een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand opgenomen in het bomenregister kan, mits alternatieven voor behoud zijn onderzocht, worden verleend indien:
een algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde houtopstand;
naar boomdeskundìge maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is; of
letsel of schade kan worden voorkomen.
Artikel 4:12b
Beperking geldigheidsduur
Het bevoegd gezag kan aan een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand een termijn verbinden waarbinnen van de verleende vergunning gebruik moet zijn gemaakt. Op verzoek van een vergunninghouder kan de termijn worden verlengd.
Artikel 4:12c
Bestrijding van boomziekten
Indien zich op een terrein één of meer houtopstanden bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreíders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:
houtopstand(en) te vellen of te doen vellen;
conform richtlijnen van het bevoegd gezag de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.
Het is verboden gevelde houtopstand(en)of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. Het bevoegd gezag kan van dit verbod een ontheffing verlenen.
Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang.
Het bevoegd gezag kan het bestrijden van boomziekten en plagen uitbesteden aan derden.