1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

  2. De vergunning wordt geweigerd indien:

    1. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;

    2. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

    3. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of

    4. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

  3. Het college kan voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning.

  4. In afwijking van het eerste lid kan voor het maken of veranderen van een uitweg een melding worden gedaan indien:

    1. de uitweg aansluit op een 30 km weg binnen de bebouwde kom of een 60 km weg buiten de bebouwde kom;

    2. de uitweg niet door een parkeerplaats of openbaar groen gaat;

    3. het niet een extra uitweg betreft;

    4. het verkeer op de weg niet in gevaar wordt gebracht; en

    5. de uitweg niet over een waterweg gaat.

  5. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.

  6. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning of een melding wordt in elk geval gedaan met een situatieschets van de gewenste uitweg, vanaf de weg tot aan de perceelgrens en een foto van de bestaande situatie.

  7. De uitweg wordt, op kosten van de aanvrager of melder, aangelegd door de gemeente.

  8. Het college kan voor het maken of veranderen van een uitweg, met het oog op de belangen in het tweede en vierde lid, nadere regels vaststellen.

  9. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Fryslân of de Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2022.