De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:10, 2:11, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:50a, 2:73 en 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân BETA Foutje gevonden?
Inhoud
Paragraaf
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon een bevel geven zich niet op te houden in een in dat bevel aangewezen gebied gedurende de daarin genoemde tijdvak(ken).
Het bevel geldt gedurende een tijdvak van ten hoogste 12 weken.
De burgemeester kan aan het bevel nadere voorwaarden verbinden en het bevel beperken indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd bevel.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Degene die een woning of een bij een woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
geluid- of geurhinder;
hinder van dieren;
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; of
intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Artikel 2:80
Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen
De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een document, waaruit dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.
De burgemeester kan een sluiting op aanvraag van belanghebbenden opheffen, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zich niet zullen herhalen.
Het is de rechthebbende op het gebouw of het erf verboden, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de wijze als bedoeld in het tweede lid, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
Het is eenieder verboden, nadat het bevel tot sluiting bekendgemaakt is op de wijze als bedoeld in het tweede lid, in een bij dit bevel gesloten gebouw of erf als bezoeker te verblijven.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.