1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor:

    1. het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein;

    2. het plaatsen van een tent behorende bij het aangelegde vaartuig op de openbaar toegankelijke aanlegplaatsen in beheer bij de Marrekrite en als zodanig bestemd in het bestemmingsplan;

    3. het plaatsen van een camper of kampeerauto op een door het college aangewezen camperovernachtingsplaats voor maximaal 72 uur, mits het op die plaats aangegeven aantal niet wordt overschreden.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:

    1. natuur en landschap; of

    2. een stads- of dorpsgezicht.