Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 10 Consumentenvuurwerk en carbid

Artikel 2:71

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. carbidschieten: het in een (melk)bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen;

  2. consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:72

Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

  1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college.

  2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:73

Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

  1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

  2. Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een voor publiek toegankelijke plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

  3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1º, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:73a

Verbod carbidschieten

  1. Carbidschieten is verboden.

  2. Het verbod is niet van toepassing op 31 december wanneer:

    1. van tevoren een melding is gedaan aan het college;

    2. het carbidschieten plaatsvindt op de door het college gestelde en bekendgemaakte tijden; en

    3. wordt voldaan aan de overige door het college gestelde en bekendgemaakte voorschriften.

  3. Het college kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het tweede lid niet van toepassing is.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

  5. Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht van toepassing zijn.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân