1. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren op één of meer van de volgende gronden:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

  2. Een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand opgenomen in het bomenregister kan, mits alternatieven voor behoud zijn onderzocht, worden verleend indien:

    1. een algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde houtopstand;

    2. naar boomdeskundìge maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is; of

    3. letsel of schade kan worden voorkomen.