1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:

    1. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of

    2. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Het verbod is niet van toepassing op:

    1. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    2. terrassen als bedoeld in artikel 2:28a;

    3. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;

    4. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

  4. Het verbod is voorts niet van toepassing op:

    1. vormen van reclame die passen binnen de door het college vastgestelde beleidsregels;

    2. vormen van reclame indien met de aanbieder een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten die voorziet in de plaatsing daarvan;

    3. bouwobjecten, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding is gedaan aan het college.

  5. Het college stelt nadere regels vast voor bouwobjecten zoals bedoeld in het vierde lid, onder c.

  6. Het verbod is tevens niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Fryslân of de Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2022 of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.