1. Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan vier weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet meer mogelijk is.

  3. Bepaalde vergunningen of ontheffingen, door het bestuursorgaan aan te wijzen, kunnen ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet meer mogelijk is.

  4. In afwijking van het derde lid kan de burgemeester voor bepaalde aan te wijzen categorieën van evenementen als bedoeld in artikel 2:25, de vergunning weigeren als de aanvraag daarvoor minder dan veertien weken voor de beoogde datum van het evenement is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet meer mogelijk is.