Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:28a;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Het verbod is voorts niet van toepassing op:
vormen van reclame die passen binnen de door het college vastgestelde beleidsregels;
vormen van reclame indien met de aanbieder een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten die voorziet in de plaatsing daarvan;
bouwobjecten, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding is gedaan aan het college.
Het college stelt nadere regels vast voor bouwobjecten zoals bedoeld in het vierde lid, onder c.
Het verbod is tevens niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Fryslân of de Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2022 of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 13-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 2a Veiligheid op het ijs
Paragraaf Afdeling 3 Evenementen
Paragraaf Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57a
- Artikel 2:57b
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Paragraaf Afdeling 9 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10 Consumentenvuurwerk en carbid
Paragraaf Afdeling 11 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, Straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen en beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Paragraaf Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Paragraaf Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden
Paragraaf Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod
Paragraaf Afdeling 2 Collecteren
Paragraaf Afdeling 3 Venten
Paragraaf Afdeling 4 Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5 Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken
Paragraaf Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 8 Vuurverbod
Paragraaf Afdeling 9 Asverstrooiing
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Fryslân of de Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2022 of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:12
Maken, veranderen van een uitweg
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
De vergunning wordt geweigerd indien:
daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
Het college kan voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning.
In afwijking van het eerste lid kan voor het maken of veranderen van een uitweg een melding worden gedaan indien:
de uitweg aansluit op een 30 km weg binnen de bebouwde kom of een 60 km weg buiten de bebouwde kom;
de uitweg niet door een parkeerplaats of openbaar groen gaat;
het niet een extra uitweg betreft;
het verkeer op de weg niet in gevaar wordt gebracht; en
de uitweg niet over een waterweg gaat.
De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.
Een aanvraag voor een omgevingsvergunning of een melding wordt in elk geval gedaan met een situatieschets van de gewenste uitweg, vanaf de weg tot aan de perceelgrens en een foto van de bestaande situatie.
De uitweg wordt, op kosten van de aanvrager of melder, aangelegd door de gemeente.
Het college kan voor het maken of veranderen van een uitweg, met het oog op de belangen in het tweede en vierde lid, nadere regels vaststellen.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Fryslân of de Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2022.
Artikel 2:16
Open straatkolken
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.
Het verbod in het eerste lid, onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.