Algemene plaatselijke verordening BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzegging
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Evenementen

Artikel 2:18

Begripsbepaling

  1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    1. bioscoopvoorstellingen;

    2. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:19 van deze verordening;

    3. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    4. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

    5. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    6. activiteiten als bedoeld in artikel 2:4 en 2:36 van deze verordening;

    7. een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:21 van deze verordening.

  2. Onder evenement wordt mede verstaan:

    1. een herdenkingsplechtigheid;

    2. een braderie;

    3. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op de weg;

    4. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

    5. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement).

    6. een wielertoertocht vanaf 101 deelnemers;

    7. een georganiseerde toertocht vanaf 50 gemotoriseerde voertuigen.

Artikel 2:19

Evenementenvergunning

  1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

    1. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

    2. de begin- en eindtijden liggen tussen 09.00 en 22.00 uur (zo-do)/ 09.00 en 23.00 uur (vr-za);

    3. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 9.00 uur en na 22.00 uur (zo-do) of na 23.00 uur (vr-za);

    4. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

    5. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 m2 per object;

    6. er een organisator is; en

    7. de organisator tenminste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester, door middel van een meldingsformulier.

  3. De burgemeester kan besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor ééndaagse evenementen, indien het een wielertoertocht betreft van 101 tot en met 250 deelnemers. Voor deze wielertochten geldt een meldingsplicht.

  5. De melding voor een wielertoertocht moet minimaal 20 werkdagen voor het evenement worden ingediend.

  6. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor ééndaagse evenementen, als het een toertocht voor gemotoriseerde voertuigen betreft van 50 tot 99 deelnemers. Voor deze tochten geldt een meldingsplicht.

  7. De melding voor een toertocht voor gemotoriseerde voertuigen moet minimaal 20 werkdagen voor het evenement worden ingediend. Als binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding geen tegenbericht is verzonden, kan het evenement zoals gemeld plaatsvinden.

  8. In afwijking van artikel 1:8 kan de evenementenvergunning ook worden geweigerd als strijd bestaat met:

    1. het evenementenbeleid; of

    2. het wielerbeleid.

  9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  10. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag voor een vergunning niet te behandelen als deze niet binnen de juiste indieningstermijnen, zoals gesteld in het door het college vastgestelde “Handboek evenementenbeleid”, is ingediend.

Artikel 2:20

Ordeverstoring bij evenementen

  1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

  2. Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken

  3. Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.

  4. Eenieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van de openbare orde of veiligheid terstond stipt op te volgen.

Artikel 2:21

Ordeverstoring bij voetbalwedstrijden

  1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    1. organisator: degene die een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken;

    2. voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator als bedoeld onder a.

  2. De organisator van een voetbalwedstrijd is verplicht ten minste dertig dagen voor de vastgestelde speeldag daarvan schriftelijk kennisgeving te doen aan de Burgemeester. In de door de Burgemeester te bepalen bijzondere gevallen geldt een termijn van zeven dagen.

  3. De kennisgeving als bedoeld in het tweede lid bevat een opgave van het verwachte aantal toeschouwers en een omschrijving van de wanordelijkheden die redelijkerwijs kunnen worden verwacht.

  4. De kennisgeving kan meerdere wedstrijden betreffen.

  5. De burgemeester kan het spelen of het laten spelen van een voetbalwedstrijd verbieden:

    1. uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde;

    2. indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving als bedoeld in het tweede lid is gedaan.

  6. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en/of veiligheid met betrekking tot een voetbalwedstrijd voorschriften geven aan de organisator.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening