1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

    1. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

    2. de begin- en eindtijden liggen tussen 09.00 en 22.00 uur (zo-do)/ 09.00 en 23.00 uur (vr-za);

    3. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 9.00 uur en na 22.00 uur (zo-do) of na 23.00 uur (vr-za);

    4. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

    5. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 m2 per object;

    6. er een organisator is; en

    7. de organisator tenminste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester, door middel van een meldingsformulier.

  3. De burgemeester kan besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor ééndaagse evenementen, indien het een wielertoertocht betreft van 101 tot en met 250 deelnemers. Voor deze wielertochten geldt een meldingsplicht.

  5. De melding voor een wielertoertocht moet minimaal 20 werkdagen voor het evenement worden ingediend.

  6. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor ééndaagse evenementen, als het een toertocht voor gemotoriseerde voertuigen betreft van 50 tot 99 deelnemers. Voor deze tochten geldt een meldingsplicht.

  7. De melding voor een toertocht voor gemotoriseerde voertuigen moet minimaal 20 werkdagen voor het evenement worden ingediend. Als binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding geen tegenbericht is verzonden, kan het evenement zoals gemeld plaatsvinden.

  8. In afwijking van artikel 1:8 kan de evenementenvergunning ook worden geweigerd als strijd bestaat met:

    1. het evenementenbeleid; of

    2. het wielerbeleid.

  9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  10. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag voor een vergunning niet te behandelen als deze niet binnen de juiste indieningstermijnen, zoals gesteld in het door het college vastgestelde “Handboek evenementenbeleid”, is ingediend.