1. Het is verboden een voertuig dat, inclusief lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan;

  2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden ter plaatse waarvoor de aanwezigheid van het voertuig noodzakelijk is.

  3. Het College wijst plaatsen aan, waar het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt. Daarbij kan het college nadere regels stellen.

  4. Het College kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan voorschriften verbinden.