1. De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van de plaats van de voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:21 vanaf 4 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden van de organisator. Het verbod geldt voor een bepaalde periode die niet langer is dan 2 jaar. Het verbod geldt voor een door het college aangewezen gebied.

  2. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het vorig lid bedoelde verbod, nadat vast is komen te staan, dat de persoon de openbare orde op het voetbalterrein of in de omgeving van het voetbalterrein heeft verstoord op een dag, dat een wedstrijd van de organisator wordt gespeeld. Tevens kan dit verbod worden opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd.