1. Als een aanvraag voor een toestemming wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de toestemming nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag af te wijzen.

  2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, toestemmingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.