1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats, na raadpleging van de verantwoordelijke raadscommissie.

  2. De duur van de toepassing is maximaal 2 jaar en tenminste 1 maand voor de afloop van deze termijn zal een evaluatie plaatsvinden op basis waarvan dit cameratoezicht wordt verlengd of opgeheven.

  3. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van alle openbare parkeergelegenheden.