1. In dit artikel wordt onder ultrasonische geluidapparatuur verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.

  2. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:5 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats ultrasonische geluidapparatuur aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats.

  3. De aanwezigheid van ultrasonische geluidapparatuur wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.

  4. Ultrasonische geluidapparatuur is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs is te verwachten.

  5. Ultrasonische geluidapparatuur wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 3 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 3 maanden verlengen.