Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden Alcoholwet
Afdeling Toezicht op de inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden burgemeester
Afdeling Toezicht op kamerverhuurinrichtingen
Afdeling Toezicht op ondernemersklimaat
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE, E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE VOORWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Afdeling

Deelmobiliteit

Artikel 5:33a

Deelvoertuigen*

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. deelvoertuig: een publiek toegankelijk (elektrisch) voertuig, niet zijnde een (elektrische) auto, dat tegen betaling op een openbare plaats wordt aangeboden door een commerciële aanbieder.

  2. Free-floating deelvoertuig: een publiek toegankelijk (elektrisch) voertuig, niet zijnde een (elektrische) auto, dat tegen betaling en op willekeurige locaties in de openbare ruimte, niet zijde via een vaste aangewezen plaats, wordt aangeboden door een commerciële aanbieder.

  3. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan, met uitzondering van openbare plaatsen die niet in eigendom zijn van de gemeente.

Artikel 5:33b

(Omgevings)vergunning deelvoertuigen*

  1. Het is verboden zonder vergunning of ontheffing van het college op of aan de weg of op een andere openbare plaats free-floating deelvoertuigen bedrijfsmatig ter gebruik aan derden aan te bieden..

  2. Het college kan een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid weigeren, intrekken of aanpassen indien zich volgens het college bij het aanbieden- of gebruiken van deelvoertuigen één of meer van de volgende situaties voordoet:

    1. gevaar en/of hinder oplevert voor de veiligheid van het verkeer of de veiligheid van andere weggebruikers of de veiligheid of bruikbaarheid van openbare plaatsen;

    2. geschiedt met op fossiele brandstof voortgedreven voertuigen;

    3. een nadelige invloed heeft op het milieu;

    4. onevenredig beslag legt op de beschikbare ruimte op een openbare plaats;

    5. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de ruimte op een openbare plaats;

    6. gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    7. in het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB).

  3. Het college kan met oog op één of meer de belangen, zoals opgenomen in het tweede lid van dit artikel, een maximum stellen aan het totaal aantal deelvoertuigen, dat op of aan de weg of op openbare plaatsen kan worden geplaatst.

  4. Onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel weigert het college de vergunning indien een maximum als bedoeld in het derde lid van dit artikel is vastgesteld en dit maximum al is bereikt.

  5. Het college kan wegen, weggedeelten of andere openbare plaatsen aanwijzen waar deelvoertuigen als bedoeld in artikel 5:33a uitsluitend mogen worden geplaatst en/of uitsluitend ter gebruik mogen worden aangeboden of waar deze deelvoertuigen niet mogen worden geplaatst en/of ter gebruik mogen worden aangeboden.

  6. Het college kan ontheffing verlenen van de vergunningsplicht ten behoeve van het experimenteren met categorieën van voertuigen als bedoeld in het eerste lid.

  7. Het college kan ter bescherming van de belangen in het tweede- en derde lid nadere regels vaststellen voor het verlenen van een vergunning of het geven van een ontheffing.

  8. De vergunning wordt in afwijking van artikel 1:7 van deze verordening verleend voor een periode van maximaal 3 jaar. De vergunning kan met een periode van 2 jaar worden verlengd.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014