1. Metingen en berekeningen ter controle van voornoemde geluidsniveau’s vinden plaats overeenkomstig de HRMI-99.

  2. In tegenstelling tot de HRMI-99 worden op het gemeten signaal in dB(A) of dB(C) geen correcties meer toegepast.

  3. In tegenstelling tot de HRMI-99 mogen metingen ook uitgevoerd worden met een, volgens de specificaties van IEC-publicatie 651:1979, type 2 geluidniveau meter.

  4. Metingen in de buitenlucht vinden plaats op een hoogte van minimaal 1,5 meter en maximaal 2 meter boven plaatselijk maaiveld.

  5. Metingen in geluidgevoelige ruimten vinden plaats op ten minste de volgende afstanden: 1,5 m boven de vloer, 1,5 , van ramen en 1 m van muren.

  6. In geval het geluidniveau op de gevel van een geluidgevoelig gebouw wordt vastgesteld, wordt de gevel op de begane grond ook als gevel van het geluidgevoelig gebouw gezien, als geluidgevoelige ruimten slechts op de hoger gelegen etages aanwezig zijn.