1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

  2. In afwijking van het eerste lid kan voor het innemen of hebben van een standplaats voor gedurende de vorstperiode verkopen van warme niet alcoholische dranken, soep, koek en broodjes (koek en zopie) worden volstaan met een voorafgaande schriftelijke melding.

  3. De vergunning wordt verleend voor maximaal 5 jaar met de optie om deze eenmalig 5 jaar te verlengen.

  4. Van het vrijkomen van een standplaatsvergunning volgt een openbare kennisgeving.

  5. In afwijking van de leden 3 en 4, worden de op 31 december 2022 geldige standplaatsvergunningen eenmalig verlengd voor een periode van maximaal 10 jaar zonder openbare kennisgeving.

  6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

    1. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    2. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;

    3. wegens strijd met het omgevingsplan.

    4. bij strijdigheid met de nadere regels, zoals in lid 8 van dit artikel bedoeld.

  7. Een standplaatsvergunning kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien het voor het innemen van de standplaats verschuldigde bedrag niet (tijdig) wordt voldaan.

  8. Het college kan nadere regels met betrekking tot de vergunningverlening stellen.

  9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  10. De houder van een standplaatsvergunning kan zich doen bijstaan door een of meer personen.