1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras bij een openbare inrichting te exploiteren.

  2. De burgemeester kan in het belang van de bruikbaarheid en het aanzien van een openbare plaats, de openbare orde, of de bescherming van woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen.

  3. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:8 en 2:28 kan de burgemeester de vergunning voor de ingebruikname van het terras weigeren, als:

    1. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    2. dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer, gebruik en onderhoud van de weg;

    3. dat gebruik afbreuk doet aan een publieke functie van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.

  4. Geen vergunning zoals gesteld in lid 1 is vereist wanneer wordt voldaan aan de in de ‘Nadere regels voor het hebben van terrassen’ opgenomen criteria. In dit geval dient vóór ingebruikneming van het terras hiervan melding te worden gedaan bij de burgemeester.

  5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid.