Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden Alcoholwet
Afdeling Toezicht op de inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden burgemeester
Afdeling Toezicht op kamerverhuurinrichtingen
Afdeling Toezicht op ondernemersklimaat
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE, E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE VOORWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Afdeling

Het bewaren van bomen*

Artikel 4:10

Begripsbepalingen*

  1. De volgende begripsbepalingen gelden:

    1. bomen effect analyse (BEA): een beoordeling voor bomen, van de gevolgen van voorgenomen bouw- of aanlegwerkzaamheden, inclusief mitigerende en compenserende maatregelen voor het tegengaan van negatieve effecten op de bomen;

    2. bomenfonds: een gemeentelijke financiële voorziening voor de handhaving en uitbreiding van in de gemeente aanwezige (potentieel) beschermwaardige bomen;

    3. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het direct aansluitend terrein. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;

    4. boomtechnisch deskundige: een theoretisch en praktisch deskundige op het gebied van bomen en aanverwante bomenzaken, in het bezit van het certificaat ‘European Tree Technician’ of gelijkwaardig;

    5. boomwaarde: de financiële waarde van een boom op basis van de actuele richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

    6. Compensatiewaarde: de monetaire waarde van een boom conform het geldende beleid, die als compensatie bij kap kan worden opgelegd.

    7. dunnen: het verwijderen van individuele bomen binnen een groep van bomen ten gunste van de beoogde ontwikkeling van deze bomen;

    8. gemeentelijke boom: een boom in eigendom van de gemeente;

    9. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,

      behorende tot de soorten Scolytus scolytus(F.), Scolytus multistriatus (Marsch.) en Scolytus pygmaeus;

    10. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);

    11. kandelaberen en kandelaren: het voor de eerste maal afzetten van een bestaande, regulier uitgegroeide kroon tot takstompen, waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaber of kandelaar krijgt, met als doelstelling het ingrijpend reduceren van de kroonomvang. In het geval van kandelaberen wordt 35 tot 50 procent van de gehele kroon verwijderd, bij kandelaren 50 tot 75 procent van de gehele kroon;

    12. kappen: het geheel of grotendeels bovengronds verwijderen van een boom;

    13. knotten: het periodiek terugzetten van de gehele kroon door middel van het verwijderen van opnieuw uitgelopen loten, twijgen en takken met als doelstelling het terugzetten van de kroon tot op de centrale knot;

    14. Kaarten beschermwaardige bomen: de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde kaarten met daarop voorkomend bomen die een bijzondere waarde hebben voor de leefomgeving en extra bescherming krijgen;

    15. mitigerende maatregelen: ‘verzachtende’ maatregelen die in stand te houden bomen beschermen tijdens de uitvoeringsfase van een ruimtelijk project;

    16. particuliere boom: een boom in eigendom van een particulier, bijvoorbeeld een burger, bedrijf of vereniging;;

    17. nulmeting: beperkt vooronderzoek van de bomen effect analyse. Het betreft een verkenning, waarbij de aanwezige bomen binnen de invloedssfeer van een toekomstige ruimtelijke ontwikkeling worden geïnventariseerd op basis van de actuele situatie.;

    18. rooien: het ondergronds verwijderen of bewerken van de stobbe en/of wortelkluit van een boom;

    19. ruimtelijke ontwikkeling: een ingrijpende verandering of aanpassing in de openbare ruimte,

      die mogelijk van invloed is op het voortbestaan van aanwezige bomen;

    20. taxateur van bomen: een boomtaxateur, officieel als zodanig geregistreerd bij de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

    21. vellen: het kandelaberen, kandelaren, knotten, kappen of rooien van een boom, met inbegrip van het verplanten alsmede het verrichten van andere handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of beschadiging van de boom tot gevolg kunnen hebben. Hieronder valt ook het tenietgaan van een boom door natuurlijke oorzaak;

    22. (potentieel) beschermwaardige boom: een boom die voorkomt op één van de kaartenbeschermwaardige bomen.

  2. De toegestane afstand als bedoeld in artikel 42, lid 1 en 2 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bedraagt, in afwijking van de bepaling, voor het openbare gebied voor bomen 1 meter en voor heesters en heggen nihil.

  3. Voor aanwijzing van beschermwaardige bomen en potentieel beschermwaardige bomen, dient voldaan te worden aan één van de volgende criteria:

    1. De boom heeft een beeldbepalende waarde;

    2. De boom heeft een cultuurhistorische waarde;

    3. De boom heeft een ecologische- en/of natuurwaarde;

    4. De boom heeft een dendrologische waarde of heeft een unieke verschijningsvorm

    5. De boom heeft een vermelding als herdenkingsboom

  4. De in lid 3 benoemde criteria en de wijze van toetsing zijn vastgesteld in het Beleid voor beschermwaardige bomen 2019. Deze criteria worden gebruikt om de Lijst beschermwaardige bomen op te stellen. Het college stelt periodiek de lijst vast.

Artikel 4:11

Verbod vellen bomen*

  1. Het is verboden een beschermwaardige boom, die voorkomt op één van de kaarten beschermwaardige bomen zonder omgevingsvergunning te vellen of te doen vellen.

  2. Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet voor:

    1. het vellen van een boom krachtens de Plantenziektenwet;

    2. het vellen van een boom op bevel van de burgemeester in het kader van een spoedeisend belang;

    3. het terugzetten als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen;

    4. het dunnen als beheermaatregel voor een boom;

  3. In afwijking van artikel 1.8 kan de vergunning in het eerste lid worden geweigerd op grond van:

    1. de beeldbepalende waarde van de boom;

    2. de cultuurhistorische waarde van de boom;

    3. de ecologische- of natuurwaarde van de boom;

    4. de dendrologische- of unieke waarde van de boom;

    5. de bijzondere vermelding van de boom als herdenkingsboom.

  4. De eigenaar van een boom die op één van de kaarten beschermwaardige bomen voorkomt, is verplicht schriftelijk aan de gemeente melding te doen van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de boom anders dan door velling op grond van een verleende vergunning. Deze mededeling dient te geschieden onmiddellijk na het geheel of gedeeltelijk tenietgaan.

Artikel 4:12

Herplantplicht en overige voorschriften*

  1. Het college verbindt aan een vergunning voor het vellen van een boom in het openbare gebied in ieder geval als voorschrift dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen wordt herplant, tenzij zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.

  2. Het college kan bepalen dat herplant geschiedt met een boom die de gevelde boom binnen een redelijke termijn kan vervangen, conform het Beleid voor beschermwaardige bomen 2019.

  3. Indien een boom in strijd met een in deze verordening opgenomen verbod zonder vergunning is geveld, kan het college de verplichting opleggen dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen, wordt herplant. Deze verplichting wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom bevond, dan wel aan degene die de boom heeft geveld dan wel heeft doen vellen.

  4. Het college kan eisen dat de monetaire waarde van een boom, inclusief de kosten voor aanleg van die boom, bij kap als compensatie in het bomenfonds moet worden gestort.

    1. Voor deze compensatie geldt het volgende:

      voordat het college een dergelijk voorschrift opneemt, kan van de aanvrager van de vergunning een taxatie van de boomwaarde (door een geregistreerd taxateur van bomen conform de richtlijnen van de NVTB) worden vereist;

    2. indien herplant op hetzelfde perceel of in de directe omgeving kan geschieden, wordt er een bedrag in mindering gebracht op het (eventueel) te storten bedrag in het bomenfonds;

    3. de vaststelling van de hoogte en verrekening van de compensatie geschiedt conform het Beleid voor beschermwaardige bomen 2019.

  5. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in, op en rond de boom voorkomende flora en fauna.

  6. Het verbod in artikel 4.11, lid 1 geldt ook voor bomen die in het kader van herplant zijn aangeplant.

Artikel 4:12a

Gemeentelijk bomenfonds*

  1. Het college voorziet in het gemeentelijk bomenfonds.

  2. De gelden in het bomenfonds mogen worden gebruikt ten behoeve van de handhaving en uitbreiding van de in de gemeente aanwezige (potentieel) beschermwaardige bomen.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014