1. De volgende begripsbepalingen gelden:

    1. bomen effect analyse (BEA): een beoordeling voor bomen, van de gevolgen van voorgenomen bouw- of aanlegwerkzaamheden, inclusief mitigerende en compenserende maatregelen voor het tegengaan van negatieve effecten op de bomen;

    2. bomenfonds: een gemeentelijke financiële voorziening voor de handhaving en uitbreiding van in de gemeente aanwezige (potentieel) beschermwaardige bomen;

    3. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het direct aansluitend terrein. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;

    4. boomtechnisch deskundige: een theoretisch en praktisch deskundige op het gebied van bomen en aanverwante bomenzaken, in het bezit van het certificaat ‘European Tree Technician’ of gelijkwaardig;

    5. boomwaarde: de financiële waarde van een boom op basis van de actuele richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

    6. Compensatiewaarde: de monetaire waarde van een boom conform het geldende beleid, die als compensatie bij kap kan worden opgelegd.

    7. dunnen: het verwijderen van individuele bomen binnen een groep van bomen ten gunste van de beoogde ontwikkeling van deze bomen;

    8. gemeentelijke boom: een boom in eigendom van de gemeente;

    9. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,

      behorende tot de soorten Scolytus scolytus(F.), Scolytus multistriatus (Marsch.) en Scolytus pygmaeus;

    10. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);

    11. kandelaberen en kandelaren: het voor de eerste maal afzetten van een bestaande, regulier uitgegroeide kroon tot takstompen, waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaber of kandelaar krijgt, met als doelstelling het ingrijpend reduceren van de kroonomvang. In het geval van kandelaberen wordt 35 tot 50 procent van de gehele kroon verwijderd, bij kandelaren 50 tot 75 procent van de gehele kroon;

    12. kappen: het geheel of grotendeels bovengronds verwijderen van een boom;

    13. knotten: het periodiek terugzetten van de gehele kroon door middel van het verwijderen van opnieuw uitgelopen loten, twijgen en takken met als doelstelling het terugzetten van de kroon tot op de centrale knot;

    14. Kaarten beschermwaardige bomen: de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde kaarten met daarop voorkomend bomen die een bijzondere waarde hebben voor de leefomgeving en extra bescherming krijgen;

    15. mitigerende maatregelen: ‘verzachtende’ maatregelen die in stand te houden bomen beschermen tijdens de uitvoeringsfase van een ruimtelijk project;

    16. particuliere boom: een boom in eigendom van een particulier, bijvoorbeeld een burger, bedrijf of vereniging;;

    17. nulmeting: beperkt vooronderzoek van de bomen effect analyse. Het betreft een verkenning, waarbij de aanwezige bomen binnen de invloedssfeer van een toekomstige ruimtelijke ontwikkeling worden geïnventariseerd op basis van de actuele situatie.;

    18. rooien: het ondergronds verwijderen of bewerken van de stobbe en/of wortelkluit van een boom;

    19. ruimtelijke ontwikkeling: een ingrijpende verandering of aanpassing in de openbare ruimte,

      die mogelijk van invloed is op het voortbestaan van aanwezige bomen;

    20. taxateur van bomen: een boomtaxateur, officieel als zodanig geregistreerd bij de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

    21. vellen: het kandelaberen, kandelaren, knotten, kappen of rooien van een boom, met inbegrip van het verplanten alsmede het verrichten van andere handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of beschadiging van de boom tot gevolg kunnen hebben. Hieronder valt ook het tenietgaan van een boom door natuurlijke oorzaak;

    22. (potentieel) beschermwaardige boom: een boom die voorkomt op één van de kaartenbeschermwaardige bomen.

  2. De toegestane afstand als bedoeld in artikel 42, lid 1 en 2 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bedraagt, in afwijking van de bepaling, voor het openbare gebied voor bomen 1 meter en voor heesters en heggen nihil.

  3. Voor aanwijzing van beschermwaardige bomen en potentieel beschermwaardige bomen, dient voldaan te worden aan één van de volgende criteria:

    1. De boom heeft een beeldbepalende waarde;

    2. De boom heeft een cultuurhistorische waarde;

    3. De boom heeft een ecologische- en/of natuurwaarde;

    4. De boom heeft een dendrologische waarde of heeft een unieke verschijningsvorm

    5. De boom heeft een vermelding als herdenkingsboom

  4. De in lid 3 benoemde criteria en de wijze van toetsing zijn vastgesteld in het Beleid voor beschermwaardige bomen 2019. Deze criteria worden gebruikt om de Lijst beschermwaardige bomen op te stellen. Het college stelt periodiek de lijst vast.