1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken) zijn:

    1. het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar op dit specifieke gebied;

    2. het voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht; en

    3. het ingeschreven staan bij de Stichting BCN. De bijzondere curator schrijft zich per direct uit als bijzondere curator bij de Raad vanaf het moment dat de inschrijving bij de Stichting BCN eindigt. De Stichting BCN geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad door.

  2. De in het eerste lid sub a genoemde opleidingspunten kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.

  3. De bijzondere curator stemt in met de plicht van de klachtencommissie van de Stichting BCN om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping uit het register van de Stichting BCN aan bijzondere curatoren is opgelegd, te melden aan de Raad.