1. Aan een advocaat worden jaarlijks niet meer toevoegingen afgegeven dan het equivalent van 225 toevoegingseenheden. Hieronder worden mede begrepen de ambtshalve toevoegingen. Dit om te voorkomen dat de kwaliteit van de rechtsbijstand in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken.

  2. Bij de beoordeling van het maximum aantal toevoegingseenheden genoemd in het eerste lid rekent de Raad de aan een advocaat afgegeven toevoegingen om in toevoegingseenheden aan de hand van de volgende wegingsfactoren:

    1. een afgegeven toevoeging met een forfaitaire vergoeding van 7 punten of meer volgens de bijlage bij het Bvr telt voor 1 eenheid;

    2. een afgegeven toevoeging met een forfaitaire vergoeding van 5 of 6 punten volgens de bijlage bij het Bvr telt voor 0,70 eenheid;

    3. een afgegeven toevoeging met een forfaitaire vergoeding van 4 punten volgens de bijlage bij het Bvr telt voor 0,60 eenheid;

    4. een lichte adviestoevoeging telt voor 0,30 eenheid;

    5. asieltoevoegingen tellen mee voor 1 eenheid.

  3. Indien een lichte adviestoevoeging wordt omgezet in een reguliere toevoeging wordt de toevoeging meegeteld op de wijze zoals in het tweede lid sub a, b, c of d is omschreven.