1. Indien een advocaat in verband met zwangerschap ten minste zestien weken de praktijk niet heeft uitgeoefend kan de Raad op verzoek het voor de voortzetting van een specialisatie te behalen aantal opleidingspunten en te behandelen zaken in één kalenderjaar naar rato verlagen. De advocaat kan dit aan de Raad bij toetsing van de voorwaarden aangeven.

  2. Advocaten die door ziekte korter dan een periode van zes maanden in het geheel de praktijk niet kunnen uitoefenen of die door ziekte deels de praktijk niet kunnen uitoefenen dienen te voldoen aan de voor voortzetting van de inschrijving van de specialisatie gestelde eisen.

  3. Advocaten die door ziekte langer dan een periode van zes maanden in het geheel de praktijk niet kunnen uitoefenen overleggen aan de Raad een besluit van de Raad van de Orde van Advocaten op een verzoek om toepassing van artikel 4.7 van de Voda. De Raad verlaagt het aantal te behalen opleidingspunten en te behandelen aantal zaken naar rato. Ten aanzien van de inhaalverplichting is artikel 4.7, derde lid sub a en b van de Voda van overeenkomstige toepassing.