1. De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar. De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na deze periode om naar een onvoorwaardelijke inschrijving zodra uit een verklaring van ‘geen bezwaar’ alsmede de verslaglegging van de begeleiding opgesteld door de begeleidende advocaat is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.23, eerste en vijfde lid en artikel 6.24, achtste lid is voldaan.

  2. Indien de in het eerste lid genoemde stukken niet vóór het einde van het jaar van voorwaardelijke inschrijving zijn ontvangen, komt de voorwaardelijke inschrijving te vervallen.

  3. De termijn van voorwaardelijke inschrijving kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

  4. Advocaten kunnen op verzoek direct onvoorwaardelijk worden ingeschreven indien zij kunnen aantonen dat zij aan de voorwaarden genoemd in het artikel 6.23, eerste en vijfde lid en artikel 6.24, achtste en negende lid voldoen.