1. Aan een advocaat die is uitgeschreven voor een specialisatie worden geen toevoegingen meer afgegeven op het terrein van die specialisatie.

  2. Een advocaat die is uitgeschreven voor een specialisatie kan rechtsbijstand blijven verlenen in zaken waarvoor reeds een toevoeging op het terrein van die specialisatie is afgegeven. De advocaat kan die zaken op de gebruikelijke wijze bij de Raad declareren.

  3. Een advocaat die is uitgeschreven voor een specialisatie verzoekt, indien een rechterlijke instantie voornemens is een last of aanwijzing op het terrein van die specialisatie aan de advocaat af te geven, aan de rechterlijke instantie de last of aanwijzing aan een andere advocaat af te geven. Indien de rechterlijke instantie reeds een last of aanwijzing op het terrein van die specialisatie heeft afgegeven, verzoekt de advocaat aan de rechterlijke instantie om de last of aanwijzing in te trekken of te laten muteren op naam van een andere advocaat. De Raad geeft geen uitvoering aan de last.

  4. Een advocaat die door de Raad is uitgeschreven voor een specialisatie omdat niet voldaan is aan de gestelde deskundigheidseisen kan niet eerder dan vanaf het moment dat één jaar is verstreken na datum van uitschrijving opnieuw bij de Raad een verzoek indienen om inschrijving voor die specialisatie. De deskundigheidseisen voor inschrijving voor die specialisatie zoals omschreven in hoofdstuk 6 zijn van toepassing.

  5. De Raad informeert de deken in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt over een algemene uitschrijving of uitschrijving voor een specialisatie, anders dan op eigen verzoek.

  6. De Raad kan herinschrijving weigeren indien de algemene inschrijving of inschrijving van een advocaat voor een specialisatie is doorgehaald in de gevallen beschreven in artikel 17, tweede lid onder b, d, e en f van de Wet.