1. Voor de voortzetting van diverse specialisaties is in hoofdstuk 6 omschreven dat een minimum aantal zaken moet zijn behandeld. De Raad gaat daarvoor uit van het aantal aan de advocaat afgegeven toevoegingen in het systeem van de Raad.

  2. Door de Raad toegekende extra uren op het terrein van een specialisatie worden door de Raad in de telling van het aantal zaken meegenomen op de volgende wijze: zes extra uren tellen mee voor één zaak.

  3. Als bij toetsing of aan de voorwaarden is voldaan is gebleken dat de advocaat het vereiste aantal toevoegingen niet haalt, dan kan de Raad op verzoek in de telling ook betalende zaken betrekken indien de advocaat daar bewijsstukken van kan overleggen.

  4. Als bewijsstukken van betalende zaken kunnen gelden (geanonimiseerde) processtukken. Indien deze stukken niet voorhanden zijn, kan als bewijsstuk gelden een kopie van de overeenkomst van opdracht.

  5. Betalende zaken waarvoor op inhoudelijke gronden voortvloeiend uit de Wet of het Bebr geen toevoeging zou kunnen worden verstrekt, worden niet in de telling betrokken.

  6. Zaken die behandeld zijn door de advocaat als rechter-plaatsvervanger, kunnen op verzoek worden betrokken in de telling van de in het eerste lid genoemde zaken. Iedere op een zittingsdag behandelde zaak telt mee als één zaak.

  7. Piketzaken (toegevoegd of betalend) vallen niet onder de in het eerste lid en derde lid genoemde aantal zaken.