Algemene plaatselijke verordening gemeente Voerendaal 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Betoging en optocht
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Hoofdstuk ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
Hoofdstuk STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Afdeling

Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2.17

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. openbare inrichting:

    1. een inrichting waarin een horecabedrijf als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet wordt uitgeoefend;

    2. een afhaalcentrum, zijnde een winkel waar voor gebruik elders dan ter plaatse uitsluitend eetwaren en/of alcoholvrije dranken plegen te worden verstrekt;

    3. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; daaronder wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé (‘shisha-lounge’), cafétaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;

    4. een bij een inrichting, als bedoeld onder 1 t/m 3, behorend terras en/of andere aanhorigheden;

  2. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt;

  3. leidinggevende: dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet, met dien verstande dat het een leidinggevende van de openbare inrichting, als bedoeld onder a, eerste lid betreft.

Artikel 2.18

Exploitatie openbare inrichting

  1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Onverminderd het bepaalde in het derde lid weigert de burgemeester de vergunning als:

    1. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; of

    2. de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag (Nederland), uittreksel uit het strafregister (België), einfache Führungszeugnis (Duitsland) of een ander, met verklaring omtrent het gedrag gelijkgesteld document uit een ander land van herkomst met betrekking tot de aanvrager en leidinggevende overlegt die maximaal drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;

    3. de ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) een openbare inrichting heeft/hebben geëxploiteerd die evenwel op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde binnen drie jaar voor de aanvraag gesloten is geweest;

    4. redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    5. leidinggevende(n) van de in artikel 2.17 aanhef en onder a, onder 2 en 3 bedoelde openbare inrichtingen de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt;

    6. door de leidinggevende(n) en/of ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) niet wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, eerste lid sub b en c, en tweede lid van de Alcoholwet worden gesteld.

  3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.7 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

    1. de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting, de openbare orde of openbare veiligheid op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of

    2. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:

    1. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

    2. zorginstelling;

    3. museum;

    4. bedrijfskantine of -restaurant.

  5. Op de aanvraag van een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.18a

Inhoud vergunning

  1. De burgemeester vermeldt in een vergunning:

    1. de vergunninghouder;

    2. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    3. de plaats waar de openbare inrichting zich bevindt;

    4. de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten, terrassen en andere aanhorigheden;

    5. de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden.

  2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevende(n).

  3. Indien een leidinggevende, voor wier rekening en risico de activiteiten in de openbare inrichting worden uitgeoefend, geen bemoeienis heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie van de openbare inrichting, waarvoor de vergunning wordt gevraagd, en de aanvrager van de vergunning dit in een schriftelijke verklaring bevestigt, maakt de burgemeester daarvan een aantekening op het aanhangsel.

  4. De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in de voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 2.18b, lid 1, en de ontvangstbevestiging, als bedoeld in artikel 2.18b, lid 4, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.

Artikel 2.18b

Wijziging aanhangsel bij vergunning

  1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens:

    1. een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven;

    2. de aantekening door te laten halen dat een leidinggevende geen bemoeienis heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie van de openbare inrichting.

  2. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.

  3. De aanvraag moet schriftelijk bij de burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier.

  4. De burgemeester bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag.

  5. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de persoon in het eerste lid, niet voldoet aan de in artikel 2.18, lid 2 onder e en f gestelde eisen;

  6. Alvorens te beslissen op een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om een advies bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 2.18c

Verbod geopend houden openbare inrichting

Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:

  1. een leidinggevende die vermeld staat op de vergunning hetzij op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in 2.18a, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of;

  2. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2.18b, eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

Artikel 2.19

Sluitingstijd

  1. Openbare inrichtingen, met uitzondering van een terras en/of andere aanhorigheden, behorend bij een inrichting, als bedoeld in artikel 2.17 onder 1 t/m 3, zijn gesloten tussen 03.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd). Een terras of andere aanhorigheden is/zijn gesloten buiten de in het vigerende terrassenbeleid opgenomen openingstijden.

  2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

  4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.18, vierde lid, aanhef en onder a gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

  5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

  6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.19a

Toegang ambtenaren van politie

De houder van een openbare inrichting is verplicht ervoor te zorgen dat ambtenaren van politie vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn inrichting:

  1. gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is;

  2. gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn en indien die ambtenaren van politie hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.

Artikel 2.20

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2.21

Verboden gedragingen

Het is verboden in een openbare inrichting:

  1. de orde te verstoren;

  2. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2.20, eerste lid;

  3. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Artikel 2.22

Handel binnen openbare inrichtingen

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2.23

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2.18 tot en met 2.20 op als bevoegd bestuursorgaan.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Voerendaal 2025