1. In dit artikel wordt verstaan onder schoon stookhout: hout, alsmede speciaal voor het gebruik in open haarden en houtkachels bestemde, in de handel verkrijgbare brandstoffen. Niet als stookhout wordt aangemerkt: verlijmd, ondergedompeld, geïmpregneerd en/ of gelakt hout, hardboard, MDF, tri- of multiplex, dakleer, kunststoffen, e.d.

  2. Behoudens het bepaalde in artikel 5.23a is het verboden in, op, of aan een bouwwerk, voorwerpen of stoffen te plaatsen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, waardoor:

    1. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de omgeving;

    2. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, rook, roet of walm wordt verspreid;

    3. brand of ander gevaar wordt veroorzaakt.

  3. Het verbod in het tweede lid geldt in elk geval indien:

    1. er geen schoon stookhout wordt gebruikt;

    2. het schone stookhout een vochtigheidspercentage heeft van meer dan 20%.

  4. Niet van toepassing is het vorenstaande indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Omgevingswet of enige in deze wet genoemde milieuwet van toepassing is.