Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening, alsook besluiten die op grond van het overgangsrecht van de in artikel 6.4, eerste lid bedoelde verordening hun gelding hebben behouden, en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.