1. Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een bus, container of opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.

  2. Het is verboden om zowel binnen als buiten de bebouwde kom in de openlucht met carbid te schieten.

  3. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

    1. de schietplaats van het carbidschieten ligt ten minste op:

      1. 75 meter van woonbebouwing;

      2. 300 meter van zorginstellingen, boerderijen, stallen en/of dierenverblijven;

    2. de volwassene die met carbid schiet neemt alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen om elk gevaar voor mens en dier te voorkomen waaronder de zorg voor een afgezet schietveld vrij van publiek, de schietrichting is van gebouwen af, een goede verlichting op het schietterrein, minimaal één volwassen toezichthouder op het schietterrein, de toezichthouder is herkenbaar door het dragen van een oranjekleurig hesje en is alcohol- en drugsvrij;

    3. er twee weken voorafgaande aan het schieten met carbid een schriftelijke melding wordt gedaan bij de burgemeester.

  4. De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het niet is toegestaan om carbid te schieten.

  5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod zoals genoemd in het tweede lid.

  6. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.