1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal elf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. Op dit meldingsformulier dient de houder van de inrichting (c.q. de aanvrager) aan te geven welke maatregelen ter voorkoming van overmatige hinder worden getroffen.

  3. De melding is gedaan, wanneer het formulier volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  4. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  5. Tijdens een incidentele festiviteit is het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar,LT) veroorzaakt door de inrichting op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter niet meer dan 20 dB(A) boven het niveau als bedoeld in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

  6. De geluidsnorm, bedoeld in het vijfde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

  7. De geluidsnorm, bedoeld in het vijfde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

  8. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.